Jekerstraat 108i
020 6711 206
stichting.aletta@gmail.com
KVK 68971664
Bank NL80INGB0007866250

De laatste honderdvijftig jaar hebben vrouwen in Nederland zich ook georganiseerd ingezet om een gelijkwaardige rol in de samenleving te krijgen en onrecht aan de kaak te stellen. “In WOII waren er in Nederland een groot aantal verzetsvrouwen, desondanks werd hun rol buiten de geschiedenis gehouden”, betoogde Marjan Swegman (oud-directeur NIOD) een aantal jaren geleden nog in het dagblad Trouw. Ook na de oorlog hebben vrouwen zich verzet, dit keer tegen de ongelijke behandeling van vrouwen (en mannen), tegen culturele, maatschappelijke en religieuze ongelijkheid, tegen vooroordelen. 
Vrouwen in verzet in en na WOII: Wie waren die vrouwen? Waarom gingen ze in verzet? Welke offers hebben ze moeten brengen? En wat kunnen we nu van hen leren? Zijn er overeenkomsten in de drijfveren tussen vrouwen in verzet tijdens WOII en de vrouwen die zich de laatste zeven decennia ook hebben ingezet voor een betere wereld?
In het boek Palet van Verzet, moedige vrouwen toen en nu worden veertien vrouwen geportretteerd. Vijf zijn nog levende verzetsvrouwen uit de Tweede Wereldoorlog: Selma Velleman (betrokken bij Westerweelgroep), Joke Folmer (helper van piloten en Joden), Mia Lelivelt (verbergt samen met vader Martin piloten en ontvluchte krijgsgevangenen), Betty Polak (echtgenoot Philip de Leeuw is hoofd van een knokploeg in Bilthoven) en Freddie Oversteegen (gewapend verzet, samen met zus Truus en Hannie Schaft).
Negen moedige vrouwen van na de Tweede Wereldoorlog vertellen hun verhaal: activist Shirin Musa (Femmes for Freedom), kunstenares Iris Kenmil (zet zich in voor de positie van de zwarte vrouw), oorlogsfotograaf Marielle van Uitert (ontvoerd in Syrië), Hedy D’Ancona (medetrekker tweede feministische golf en nog steeds actief), Liesbeth Zegveld (mensenrechtadvocaat), Ebru Umar (columnist en schrijfster), Tanja Ineke (voorzitter COC), Metje Blaak (oprichter Rodedraad Ddraad), Farah Karimi (directeur OxfamNovib)
Deze veertien vrouwen zijn gekozen op grond van drie aspecten: een diepgewortelde verontwaardiging over maatschappelijk onrecht, de bereidheid om de eigen veiligheid op het spel te zetten en willen of kunnen zijn wie je bent.

 

Foto’s van alle vrouwen: Chris van Houts ©

Freddie Oversteegen-Dekker (1925). Ze heeft in het gewapend verzet gezeten, samen met haar zus Truus Menger-Oversteegen en Hannie Schaft die drie weken voor het eind van de oorlog wordt geëxecuteerd. Al voor de oorlog is Freddie’s moeder betrokken bij de opvang van Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Ook na de oorlog verzet Freddie zich tegen bijvoorbeeld Amerikaanse inmenging in Vietnam en tegen het stationeren van kernwapens in Nederland.

Kort voor het ter perse gaan van het boek Palet van verzet, moedige vrouwen toen en nu is Freddie Oversteegen overleden. Ze is in besloten kring begraven.


Selma van de Perre-Velleman (1922). Selma is Joods en komt uit Amsterdam. Als haar familie gedeporteerd wordt, gaat ze bij de Westerweelgroep en opereert ze onder valse naam. In 1944 wordt ze verraden, en naar kamp Vught en vervolgens naar kamp Ravensbrück gedeporteerd. In Ravensbrück wordt ze bevrijd. Kort na de oorlog is ze in Londen gaan wonen.

Betty Bausch-Polak (1919) is getrouwd met Philip de Leeuw die in 1940 officier is in het Nederlandse leger. Na de overgave van Nederland gaan Betty en Philip onderduiken omdat ze Joods zijn. Uiteindelijk wordt Philip hoofd van de knokploeg Bilthoven. Hij wordt gepakt door de Duitsers en doodgeschoten. Betty heeft in de gevangenis gezeten, maar wordt vrijgelaten. Ze helpt bij voedseltochten. Na de oorlog helpt ze bij de opbouw van de Nederlandse agrarische sector, en vertrekt met haar nieuwe man naar Israël.

Joke Folmer (1923) wacht op een executie die nooit kwam. In WOII is ze pilotenhelpster, heeft honderden ‘neergestorte ’Geallieerde piloten helpen ontsnappen naar België. Ook heeft ze Joden geholpen bij hun onderduik. Ze wordt opgepakt, ter dood veroordeeld en opgesloten in o.a. het Oranjehotel, Kamp Vught en de de gevangenis in Utrecht. Haar executie word verhinderd door de paniek van de Duitsers op Dolle Dinsdag. Zij ging als Nacht-und-Nebelgevangene naar een opeenvolging van Duitse gevangenissen, onder andere Waldheim.


Mia Lelivelt (1925) zat samen met haar vader Martin Lelivelt in het verzet in de achterhoek. Ze verbergen mannen die naar Duitsland moeten om te werken en tientallen Geallieerde vliegers die over de grens geholpen moeten worden. Vader Martin wordt in 1944 opgepakt en gearresteerden geëxecuteerd. Mia heeft nog steeds contact met kinderen en kleinkinderen van de tientallen militairen die het gezin heeft geholpen.

Hedy d’Ancona (1937) – medegrondlegster van de tweede feministische golf, in verzet tegen ongelijke rechten mannen en vrouwen, tegenwoordig voorvechtster verbetering positie en zelfbeschikkingsrecht ouderen. De kiem van haar verzet is gelegd in WOII toen haar vader werd vervolgd en vermoord in Auschwitz. Duidelijke link tussen WOII en haar leven na WOII. Praat ze ook over. 

Liesbeth Zegveld (1970) – mensenrechtenadvocaat. Verzet zich als de rechten van de mens worden geschonden. Bij haar verhaal staat een kader in het boek: Wat zijn de rechten van de mens en hoe komt het dat in 1948 deze verklaring is getekend (n.a.v. WOII). Daarnaast spreekt Zegveld over hoe ze zich inzet voor de rechten van de weduwen van het bloedbad van Rawagedeh dat op 9 december 1947 plaatsvond, in de dekolonisatistrijd na WOII.

Ebru Umar (1970) – columnist en schrijfster, geboren uit Turkse migrantenouders. Ze vertelt uitgebreid hoe zij tegenover WOII staat en hoe haar ouders hoorden van wat er was gebeurd toen ze in Nederland kwamen. Ze voelt zich tussen wal en schip vallen. Waardevol voor het project omdat ze een allochtone achtergrond heeft en op een eigen manier tegen het verleden van Nederland aankijkt.

Tanja Ineke (1961) – voorzitter COC – strijdt voor gelijkberechtiging homo’s, lesbiennes, en transgenders en interseksuelen. Tijdens haar voorzitterschap is er een digitale tentoonstelling over de positie van bovengenoemde groep voor, in en kort na WOII georganiseerd. In het portret van Tanja wordt er duidelijk een link gelegd met de invloed van WOII op de positie van homo’s en lesbiennes.

Metje Blaak (1949) – oud-prostituee, oprichter van de Rode Draad om de positie van hoeren te verbeteren, nog steeds vraagbaak voor meisjes van plezier. Ze is 20 jaar geleden gestopt met haar oude metier en heeft zich o.a. toegelegd op het schrijven van boeken en filmprojecten. Ze heeft een trilogie geschreven over een familie uit het Oosten van het land van wie de moeder in het verzet heeft gezeten. Ze spreekt uitgebreid over de rol van WOII in haar familie.

Farah Karimi (1960) – Iran, verzet tegen sjah en moellahs eind jaren zeventig en jaren tachtig vorige eeuw. Ze vlucht naar Europa, nu directeur van Oxfam Novib. Er staat een kader in het boek over de sjah en Iran en de moellahs: De sjah komt in 1941 aan de macht, na de Brits- Sovjet invasie van Iran. Zijn vader wordt verjaagd omdat Iran probeert neutraal te blijven in WOII en de vader van de shah weigert de Perzische Corridor voor de Geallieerde troepen open te stellen.

Shirin Musa (1977) – oprichter Femmes For Freedom – tegen gedwongen huwelijken. Shirin is in Pakistan geboren, maar kwam als baby naar Nederland. Ze vertelt hoe haar vader als kind uit Afghanistan moet vluchten met zijn moeder, vanwege WOII. In de opvoeding van Shirin heeft WOII een grote rol gespeeld. Er staat een kader in het boek over de deling van Brits-India in 1947, en over de bloedige dekolonisatie na de oorlog.

Iris Kensmil (1970) kunstenaar, zet zich in haar werk in voor zwarte vrouwen. Kensmil is al jaren bezig met haar onderzoek naar de emancipatie en de onderdrukking van zwarte mensen. Haar thematiek is de afgelopen jaren echter herkenbaarder geworden voor de blanke Westerling nu Europa steeds kritischer kijkt naar zijn eigen koloniale verleden. In het boek staat een kader met uitleg over het koloniale verleden – dat stopt na WOII.

Marielle van Uitert (1973) oorlogsfotograaf, legt nadruk op positie van vrouwen en kinderen in oorlogsgebieden. Marielle wil bijdragen aan een betere samenleving door met haar beelden de waanzin van oorlog te laten zien. Tijdens een van haar reportages is Marielle ontvoerd in Syrië.